Een camerapaal op een bedrijventerrein, en het netwerk eronder: koper, glasvezel en straalzenders op één punt
Op dit bedrijventerrein hingen de camera’s ver uit elkaar, tot in hoeken waar geen gebouw meer staat. Daar kwam een camerapaal. Het echte werk zat daaronder: netwerkkabel voor de korte stukken, glasvezel voor de lange, en straalzenders op de plekken waar graven geen optie was. Alles komt samen op één punt, waar de beheerder live meekijkt en beelden terughaalt. Hieronder lees je hoe dat is opgebouwd.
Het werk dat onder elke verbinding zit
Van dit terrein hebben we geen eigen foto’s meer. De foto hieronder komt van een ander adres en laat zien wat kabelwerk in de praktijk betekent.

Wat er op dit bedrijventerrein is aangelegd
Dit project is van 2018. Hieronder staat wat we zelf hebben aangelegd en hoe het beeld op één plek terechtkomt.
De uithoeken zijn precies de plekken waar geen muur staat
Een bedrijventerrein bestaat uit panden met ruimte ertussen. De panden zijn het makkelijke deel: daar zit een gevel, daar zit stroom, daar kun je een camera aan ophangen. Het probleem zit in wat ertussen ligt. Een achteraf gelegen inrit, een stuk buitenopslag, de hoek waar twee terreinen elkaar raken. Daar is niets om iets aan vast te maken.
Vanaf een gevel kun je die hoeken wel proberen te pakken, maar dan kijk je schuin en van ver. Je ziet dat er iemand loopt en verder houdt het op. Wil je later iets met dat beeld, dan moet de camera dichterbij staan en de goede kant op kijken. Dus kwam er een paal, op de plek waar de zichtlijnen samenkomen.
En zodra je een paal zet, staat hij los van alles. Geen gevel betekent geen stroompunt en geen patchkast om de hoek. Alles wat die camera nodig heeft, moet er van elders naartoe.
Eerst de voet, dan de kabel binnendoor, en pas daarna de camera
Een camerapaal begint onder de grond. Er komt een fundering in waar de paal op staat, met een doorvoer vanuit de bodem de paal in. Die volgorde is belangrijk: de kabel gaat binnendoor omhoog, zodat er aan de buitenkant niets te pakken of door te knippen valt. Onderin de paal zit een luik waar de aansluitingen en de apparatuur bij elkaar zitten.
De hoogte kiezen we op wat de camera moet doen. Hoger geeft meer overzicht en minder kans dat iemand erbij kan, maar het maakt de kijkhoek steiler. Op een steile hoek zie je de bovenkant van mensen en auto’s en niet veel meer. Voor het herkennen van een gezicht of een kenteken wil je juist vlakker kijken, dus daar hangt een tweede camera lager en dichter op de route.
Een paal moet ook terug kunnen naar beneden, in gedachten althans. Een camera vraagt een keer om schoonmaken, een lens vraagt om bijstellen. We zetten hem daarom op een plek waar je met materieel bij kunt, en niet midden in een vak dat dagelijks vol staat.
Een paal zet je niet waar plek is, maar waar de zichtlijnen samenkomen. De rest van het werk past zich daaraan aan.
Het tracé kost de dagen, het ophangen kost het laatste uur
Voordat er een schep de grond in gaat, ligt de route vast. Waar rijdt zwaar verkeer overheen, waar liggen leidingen van anderen, waar mag de bestrating open en waar absoluut niet. Op een terrein dat gewoon doordraait, bepaalt dat de volgorde van de hele week.
In de sleuf gaat een buis, en door die buis gaat de kabel. Dat kost bij de aanleg wat extra, en het betaalt zich terug op de dag dat er een kabel bij moet of eentje stuk is. Dan trek je er een nieuwe doorheen in plaats van dat je opnieuw gaat graven. Op de hoeken en op de lange stukken zetten we trekpunten, want een kabel die je over honderd meter in één ruk door een bocht wilt trekken, rek je uit.
Boven de grond geldt hetzelfde principe: een vaste route langs de constructie, netjes gebeugeld, en op de overgang naar buiten een doorvoer die water buiten houdt. Een installatie die er over tien jaar nog verzorgd uitziet, is geen luxe. Het is het verschil tussen iets dat is aangelegd en iets dat er is aangeknoopt.
Drie soorten verbinding, elk op het stuk waar hij hoort
Netwerkkabel over koper heeft een grens van ongeveer honderd meter. Binnen die grens is het de fijnste oplossing, want dezelfde kabel brengt het beeld terug en levert de camera zijn stroom. Geen stopcontact bij de paal, geen tweede kabel in de sleuf.
Voor de trajecten die verder gaan, ligt glasvezel. Die overbrugt de afstanden zonder verlies en heeft geen last van elektrische storing uit de omgeving, wat op een terrein met machines en lasapparatuur meetelt. Nadeel is dat glasvezel geen stroom meedraagt, dus op het eindpunt hoort een voeding of een kastje dat het weer naar koper omzet.
En dan de plekken waar niet gegraven mocht worden. Daar staan straalzenders die het signaal door de lucht doorgeven. Dat werkt goed, zolang er vrij zicht is tussen de twee punten. Een nieuwe loods, een volgeladen stelling of een boom die doorgroeit kan zo’n verbinding dichtzetten. Daarom noteren we bij elke draadloze hop wat er in de lijn staat, zodat een storing later niet als een raadsel binnenkomt.
Alle drie de technieken komen uit op hetzelfde punt op het terrein. Daar staat de apparatuur bij elkaar in een kast, daar komen de beelden binnen en daar worden ze bewaard. De beheerder kijkt op één scherm en hoeft bij een voorval niet eerst uit te zoeken op welk kastje die ene camera stond.
Koper, glas en draadloos door elkaar is meer voorbereiding. Maar je legt er een terrein mee vast waar geen hoek meer buiten valt.
Waar we op een bedrijventerrein altijd naar kijken
De techniek verschilt per terrein. Deze punten lopen we overal langs, ook bij jou.
Meer over dit soort projecten
Een hoek op je terrein waar je nu niets van ziet?
Wij komen langs, meten de afstanden na en lopen de route van de kabel met je door. Daarna weet je welke verbinding waar hoort en waar een paal iets toevoegt. Je krijgt er een vaste prijs bij, inclusief het graafwerk en de installatie.
Plan een adviesgesprek →Vertel ons kort wat je zoekt. Wij kijken mee en maken een offerte die past bij je situatie.


